|
Ontstekingstijdstip.
Schroef het meetapparaat 000B2553 met de meetklep in
het bougiegat van de cylinderkop (afb 8). Vliegwiel dan zover in de
draairichting van de motor verdraaien tot het bovenste dode punt is
bereikt. Bovenste dode punt op de klok markeren door de schakelaar op 0 te
plaatsen. Ontstekingafstelapparaat zo plaatsen als onder "poolschoenafstand"
beschreven. Nu vanaf het BDP het vliegwiel zover tegen de draairichting in
verdraaien, tot de contactpunten beginnen te openen. Op dit moment moet de
meetklok het voorgeschreven ontstekingstijdstip voor het BDP aangeven (zie
technische gegevens). Klopt dit niet, dan het vliegwiel zo ver verdraaien
dat dit punt wél aangegeven wordt op de meetklok. Nu de poolschoenafstand
controleren. Indien de poolschoenafstand niet klopt, dan de grondplaat
verdraaien zoals onder "poolschoenafstand" aangegeven. Staat de
poolschoenafstand nu goed afgesteld, dan de lichthoogte van de punten
controleren. Zou deze nu niet goed zijn, dan moeten de contactpunten
vernieuwd worden. Klopte de poolschoenafstand wel en het tijdstip niet,
dan is de lichthoogte niet goed afgesteld en moeten de punten bijgesteld
worden. Hiertoe de bevestigingsschroef (afb 3/3) losdraaien en aambeeld (afb
3) door middel van een schroevendraaier,welke in de uitsparing (afb 3/4)
in aambeeld en grondplaat geplaatst wordt bijstellen tot de punten juist
openen of sluiten, al naar gelang zij voor het afstellen stonden. Hierna
met behulp van voelmaten (afb 9) de lichthoogte (afb 3, pijl) controleren.
Wordt een vroegere ontsteking gewenst, dan de lichthoogte vergroten. Moet
de ontsteking later komen, dan de lichthoogte verkleinen. Is de
lichthoogte niet goed bij te stellen, dan de punten vernieuwen. Uit het
voorgaande blijkt, dat een gescheiden afstellen van de drie voor de
ontsteking noodzakelijk faktoren onmogelijk is. Is één van deze faktoren
niet goed te krijgen, dan blijft steeds niets anders over dan het
vernieuwen van de contactpunten, uitgezonderd de hierna nog te noemen
oorzaken van het niet goed afgesteld krijgen van de ontsteking.
Uit het bovenstaande volgt:
Kleinere lichthoogte -grotere poolschoen- afstand -
latere voorontsteking.
Grotere lichthoogte -kleinere poolschoen- afstand - vroegere voorontsteking
Men kan dus, zoals reeds gezegd,
tegenkomen, dat er geen overeenstemming tussen de faktoren bereikt kan
worden. In de praktijk heeft men echter wel een bepaalde speling, die door
de fabriek wordt opgegeven zodat ieder der waarden een bepaalde tolerantie
bezit (zie technische gegevens). Bijvoorbeeld de VS50 motor (40km/uur
uitvoering) heeft 1.6-2.0 mm voorontsteking (1.8 ± 0,2 mm), 7-11 mm
poolschoenafstand en 0.35-0.45 mm lichthoogte (0.4). Vanuit de fabriek
wordt de eerste afstelling zo uitgevoerd, dat de krukasspie het vliegwiel
altijd in de juiste stand plaatst, zodat een nieuw gemonteerd vliegwiel
bij een goed afgestelde lichthoogte en grondplaat altijd het juiste
ontstekingstijdstip geeft. Tijdens het gebruik ontstaat door inbranden
en/of slijtage van de contactpunten of door slijtage van het fiber-glijstukje
een verandering van de lichthoogte. Was de ontstekingsinstallatie de
eerste maal goed afgesteld, dan geeft een noodzakelijk geworden nieuwe
afstelling van de lichthoogte normaal gesproken ook een juiste afstelling
van de poolschoenafstand en het ontstekingstijdstip. Zou zich echter toch
een verschil openbaren, kunnen de volgende oorzaken de schuldige zijn:
a) Verkeerde lichthoogte of te grote slijtage van het
glijstukje. Door montage van nieuwe contactpunten kan de ontsteking weer
goed afgesteld worden. In extreme gevallen kan ook de nok versleten zijn,
dan het vliegwiel vernieuwen. Ook kan een verkeerd vliegwiel gemonteerd
zijn door onvakkundigheid. b)
Verdraaien van het vliegwiel over de krukas; deze fout is meestal te
wijten aan een vette of olieachtige oppervlakte op de conus van de krukas.
Het is strikt noodzakelijk voor de montage van het vliegwiel de
oppervlakte van de conus van de krukas, als ook die in het vliegwiel, met
een werkzaam ontvettingsmiddel te reinigen. Zelfs geringe vetsporen leiden
tot loswerken van het vliegwiel. Ook een te klein of een te groot
aanhaalmoment van de vliegwielmoer kan tot loswerken van het vliegwiel
leiden. Het juiste aanhaalmoment ligt op 3 a 3,5mkg.
c) de grondplaat is verkeerd gemonteerd. |