HOME
schakelschema's
ONTSTEKING
LAGERS
GOEDKEURINGS STICKERS
Kleuren tabel

ONTSTEKING

oONTSTEKING AFSTELLEN

Algemene aanwijzingen:

De Poolschoenafstand of "abriss" (afb. 1)

Bij vliegwielmagneetontstekingen moet er absoluut op gelet worden dat de ontsteking op dat ogenblik plaatsvindt in welk het door het draaien van de rotor (vliegwiel) ontstane maximale krachtlijnenveld bereikt is, daar slechts alleen dan het benodigde vermogen van de ontstekingsvonk wordtbereikt. Dit maximale krachtlijnenveld wordt door de ontwerper van de ontstekingsinstallatie bepaald en in de vorm van de afstand van het wegdraaiende magneetpooleinde ten opzichte van de dichtsbijzijnde ontsteking-spoelanker pooleinde aangegeven. Deze afstand moet beslist aangehouden worden en wordt als poolschoenafstand (of abriss) aangeduid (zie technische gegevens in de instructieboekjes voor berijders). De poolschoenafstand heeft met het ontstekingstijdstip zelf niets uitstaande, daar echter de stand van de onderbrekernok  samenhangt met de poolschoenafstand, bestaat tusssen poolschoenafstand, contactpuntenafstand en ontstekinstijdstip een bepaald verband, zodat bij het afstellen van de ontsteking daarop acht geslagen moet worden. Klopt de poolschoen niet (hij kan door afslijten van het sleepstuk van de hamer of door afslijten van de contactpunten veranderen) dan moet deze in ieder geval opnieuw afgesteld worden. Dit gebeurt door het veranderen van de contactpuntenafstand of -lichthoogte. In uiterste gevallen kan de lichthoogte 0,05mm groter of kleiner dan voorgeschreven, afgesteld worden. Bij niet afgestele sneldraaiende motoren moet vermeden worden, dat de lichthoogte verkleind wordt, daar dan onregelmatig vonken van de bougie kan ontstaan. Na veranderen van de lichthoogte de poolschoenafstand opnieuw controleren. Het afstellen van de poolschoenafstand moet met inachtname van het ontstekingstijdstip plaatsvinden.   

Het ontstekingstijdstip (afb. 2)   

De ontsteking van de in de verbrandingskamer samengeperste gassen moet in een precies bepaald, in tijdsduur nauw begrensd ogenblik, plaatsvinden, om het grootste nuttig effect (vermogen, verbruik) van de motor te verkrijgen. Wegens de verhoudingsgewijze langzame ontbranding van het gasmengsel, zowel de door het stijgende toerental afnemende tijdsduur moet de ontsteking enige tijd voor het BDP (O.T.) (= bovenste dode punt) plaatsvinden. Dit tijdstip is voor ieder model door de fabrikant aan de hand van proefritten en proefbankgegevens vastgelegd en wordt in mm. zuigerweg voor het BDP aangegeven (zie bladen met technische gegevens). Het vermogen van de motor is afhankelijk van het juiste ontstekingstijdstip. Zet de ontbranding te vroeg in, dan zal de motor neiging tot kloppen vertonen. Begint de ontbranding te laat, dan zal vermogensverlies optreden. In beide gevallen zal de motor overmatig warm worden, terwijl zelfs door een minder krachtige vonk startmoeilijkheden kunnen voorkomen. Door het afslijten van de contactpunten en het fiberblokje op de onderbrekerkamer ontstaat een verandering, die het ontstekingstijdstip en de poolschoenafstand beïnvloedt. Een steeds opnieuw afstellen van de ontsteking is daarom bij elke periodieke onderhoudsbeurt aan te bevelen.   

 

ONTSTEKING AFSTELLEN

Onderbrekerafstand (lichthoogte) (afb. 3)

Het derde belangrijke punt bij de ontstekinsinstallatie is het afstellen cq de controle van de onderbrekers contactpunten. De voor iedere installatie benodigde onderbrekerpuntenafstand of lichthoogte wordt door de fabrikant vastgesteld (zie technische gegevens) en door middel van voelmaten gemeten (afb. 9). De lichthoogte (zie pijl in afb. 3) of contactpunt afstand is de afstand tussen de zich op de contacpunt (of aambeeld) (afb. 3/1) bevindende contactpunt en de zich op de onderbrekerhevel (of hamer) (afb. 3/2) bevindende punt in geheel geopende toestand. Direct na het BDP is de hamer volledig gelicht en de maximale lichthoogte bereikt. De onderbreker is in wezen niets anders dan een schakelaar, die door de onderbrekernok op een bepaald moment geopend (ontstekingstijdstip) en ook weer gesloten wordt. De contacten, uit een mechanisch en elektrisch slijtvast materiaal vervaardigd, zitten op een metalen contactdrager. Eén van deze, het "aambeeld", is vast met de ontstekingsgrondplaat verbonden (kan alleen bij het afstellen van de lichthoogte van stand veranderd worden); de andere, de contacthamer, is op een zich op de grondplaat bevindende scharnierpen, draaibaar bevestigd. De hamer met de contactpunt wordt met een veer tegen de punt van het aambeeld gebracht, zodat de contacten gesloten worden. Aan de andere kant van de hamer bevindt zich een uit isolatie materiaal vervaardigd glijstuk, hetwelk tegen de nok van het vliegwiel aanloopt, waardoor het contact van de hamer van die van het aambeeld afgetild wordt. De vorm van de nok en de voorgescheven lichthoogte zijn maatgevend voor de sluitingduur van de contacten en daarmede ook voor het proces in de ontstekings isolatie. Een storing, die bij de tegenwoordige sneldraaiende motoren voorkomt en zelden herkend wordt, ontstaat daardoor, dat bij te geringe lichthoogte of bij verslapte hamerveer, de contacten niet meer sluiten en daardoor soms tot onverklaarbaar haperen van de ontsteking aanleiding geeft.

Samenvattend kan gezegd worden, dat alleen het geheel overeenstemmen van poolschoenafstand, ontstekingstijstip en juiste lichthoogte een storingsvrij functioneren van de motor waarborgt onder alle omstandigheden. Als de ontstekingsspoel of de condensator slecht zijn, kan ook hierdoor een verschuiving van het ontstekingstijdstip optreden, afgezien nog van de startmoeilijkheden of het onregelmatig vonken. Welke eisen er aan de ontstekingsinstallatie gesteld worden, verklaart het volgende voorbeeld van een één cilinder tweetaktmotor met een toerental van 600 omw/min. Hier wordt 100 maal per seconden een vonk opgewekt, dat is per uur 360.000 vonken! Voor het opwekken van elke vonk staat dus een tijd van 1/10 seconde ter beschikking! Bij 10.000 omw/min - een toerental dat bij moderne tweetakten normaal berekent wordt -zijn dat 600.000 vonken per uur! Deze faktoren, alsmede de hoge compressie van de tegenwoordige motoren vragen een uiterst preciese afstelling van de ontsteking, omdat een ontstelling van alleen al 0,2 mm een merkbaar vermogensverlies ten gevolge kan hebben. Daarom moet het afstellen van de ontsteking met behulp van een meetklok en een afstelapparaat gebeuren, welk afstelapparaat het openingsmoment optisch of akoestische aangeeft (zie controle en afstellen van de ontsteking.

 

ONTSTEKING AFSTELLEN

Controle en afstellen van de ontsteking.

Poolschoenafstand.

Om de motor makkelijk rond te kunnen draaien, de bougie demonteren. Eén kabel van het ontstekingsafstelapparaat  EFAW 86 of 87 (of van een ander fabrikaat) aan de kortsluitkabel (zwart) bevestigen (afb 4) of anders van apparaat EFAW 106 de onderste bus van het middelste bussenpaar (afb 5), welk bussenpaar voor de ontstekingsafstelling is bedoeld, met de kortsluitkabel verbinden.De tweede kabel of in het andere geval de bovenste bus van het middelste bussenpaar wordt met de massa verbonden. Het apparaat inschakelen, vliegwiel (of krukas) zover in de draairichting verdraaien tot op het ogenblik dat de contactpunten zich openen, de gloeilamp oplicht (bij apparaat EFAW 87 geeft het apparaat bovendien nog een zwakke zoemtoon, die op het moment van openen luider wordt) in deze positie van het vliegwiel de poolschoenafstand meten. Dit wordt het makkelijkst gedaan met een op de maat van de poolschoenafstand gesneden, dunne strook karton door de opening in het vliegwiel (afb 6). Klopt de poolschoenafstand niet, dan moet deze door het veranderen van de lichthoogte van de contactpunten gecorrigeerd worden. De lichthoogte wordt, na een controle op de staat waarin de punten zich bevinden, afgesteld op 0,4 mm (afb 9). Hierna eerst de poolschoenafstand controleren;is deze nu goed, dan ook het ontstekingstijdstip controleren, zoals verderop wordt beschreven. Een te kleine lichthoogte geeft een te grote poolschoenafstand, een te grote lichthoogte een te kleine poolschoenafstand. Wordt de lichthoogte veranderd, dan altijd de poolschoenafstand en het ontstekingstijdstip nogmaals controleren. Kan door veranderen van de lichthoogte de juiste poolschoenafstand niet worden bereikt (de lichthoogte wordt te groot of te klein), dan moeten de punten vernieuwd woren. de contactpunten of het fiber glijstukje zijn dan te ver versleten. Indien de zuiger op het juiste ontstekingstijdstip staat en de poolschoenafstand blijkt dan niet te kloppen (meestal zijn dan de punten of nog niet gelicht of ze staan al iets open), dan moet de grondplaat verdraaid worden. Aangezien bij de montage in de fabriek de grondplaat zo geplaatst wordt dat de bevestigingsschroeven precies in het midden van de gleuven staan, is een bijstelmogelijkheid in beide richtingen gegeven. Het kan echter voorkomen dat de sluitringen onder de koppen van de bevestigingsschroeven en deze kopppen zelf de afstelmogelijkheid beïnvloeden.In zo'n geval moeten zij door andere met een kleinere diameter verwisseld worden.

Resumerende: Verdaaien van de grondplaat tegen de draairichting geeft een kleinere poolschoenafstand en meer vonkontsteking. Verdraaien van de grondplaat met de draairichting mee geeft een grotere poolschoenafstand en minder vonkontsteking. Dit alles als de zuiger (en dus ook het vliegwiel) in de juiste stand staat voor het ontstekingstijdstip.                             

 

 

ONTSTEKING AFSTELLEN

Ontstekingstijdstip.

Schroef het meetapparaat 000B2553 met de meetklep in het bougiegat van de cylinderkop (afb 8). Vliegwiel dan zover in de draairichting van de motor verdraaien tot het bovenste dode punt is bereikt. Bovenste dode punt op de klok markeren door de schakelaar op 0 te plaatsen. Ontstekingafstelapparaat zo plaatsen als onder "poolschoenafstand" beschreven. Nu vanaf het BDP het vliegwiel zover tegen de draairichting in verdraaien, tot de contactpunten beginnen te openen. Op dit moment moet de meetklok het voorgeschreven ontstekingstijdstip voor het BDP aangeven (zie technische gegevens). Klopt dit niet, dan het vliegwiel zo ver verdraaien dat dit punt wél aangegeven wordt op de meetklok. Nu de poolschoenafstand controleren. Indien de poolschoenafstand niet klopt, dan de grondplaat verdraaien zoals onder "poolschoenafstand" aangegeven. Staat de poolschoenafstand nu goed afgesteld, dan de lichthoogte van de punten controleren. Zou deze nu niet goed zijn, dan moeten de contactpunten vernieuwd worden. Klopte de poolschoenafstand wel en het tijdstip niet, dan is de lichthoogte niet goed afgesteld en moeten de punten bijgesteld worden. Hiertoe de bevestigingsschroef (afb 3/3) losdraaien en aambeeld (afb 3) door middel van een schroevendraaier,welke in de uitsparing (afb 3/4) in aambeeld en grondplaat geplaatst wordt bijstellen tot de punten juist openen of sluiten, al naar gelang zij voor het afstellen stonden. Hierna met behulp van voelmaten (afb 9) de lichthoogte (afb 3, pijl) controleren. Wordt een vroegere ontsteking gewenst, dan de lichthoogte vergroten. Moet de ontsteking later komen, dan de lichthoogte verkleinen. Is de lichthoogte niet goed bij te stellen, dan de punten vernieuwen. Uit het voorgaande blijkt, dat een gescheiden afstellen van de drie voor de ontsteking noodzakelijk faktoren onmogelijk is. Is één van deze faktoren niet goed te krijgen, dan blijft steeds niets anders over dan het vernieuwen van de contactpunten, uitgezonderd de hierna nog te noemen oorzaken van het niet goed afgesteld krijgen van de ontsteking.

Uit het bovenstaande volgt:

Kleinere lichthoogte -grotere poolschoen- afstand - latere voorontsteking.        

Grotere lichthoogte -kleinere poolschoen- afstand - vroegere voorontsteking

Men kan dus, zoals reeds gezegd, tegenkomen, dat er geen overeenstemming tussen de faktoren bereikt kan worden. In de praktijk heeft men echter wel een bepaalde speling, die door de fabriek wordt opgegeven zodat ieder der waarden een bepaalde tolerantie bezit (zie technische gegevens). Bijvoorbeeld de VS50 motor (40km/uur uitvoering) heeft 1.6-2.0 mm voorontsteking (1.8 ± 0,2 mm), 7-11 mm poolschoenafstand en 0.35-0.45 mm lichthoogte (0.4). Vanuit de fabriek wordt de eerste afstelling zo uitgevoerd, dat de krukasspie het vliegwiel altijd in de juiste stand plaatst, zodat een nieuw gemonteerd vliegwiel bij een goed afgestelde lichthoogte  en grondplaat altijd het juiste ontstekingstijdstip geeft. Tijdens het gebruik ontstaat door inbranden en/of slijtage van de contactpunten of door slijtage van het fiber-glijstukje een verandering van de lichthoogte. Was de ontstekingsinstallatie de eerste maal goed afgesteld, dan geeft een noodzakelijk geworden nieuwe afstelling van de lichthoogte normaal gesproken ook een juiste afstelling van de poolschoenafstand en het ontstekingstijdstip. Zou zich echter toch een verschil openbaren, kunnen de volgende oorzaken de schuldige zijn:

a) Verkeerde lichthoogte of te grote slijtage van het glijstukje. Door montage van nieuwe contactpunten kan de ontsteking weer goed afgesteld worden. In extreme gevallen kan ook de nok versleten zijn, dan het vliegwiel vernieuwen. Ook kan een verkeerd vliegwiel gemonteerd zijn door onvakkundigheid.

b) Verdraaien van het vliegwiel over de krukas; deze fout is meestal te wijten aan een vette of olieachtige oppervlakte op de conus van de krukas. Het is strikt noodzakelijk voor de montage van het vliegwiel de oppervlakte van de conus van de krukas, als ook die in het vliegwiel, met een werkzaam ontvettingsmiddel te reinigen. Zelfs geringe vetsporen leiden tot loswerken van het vliegwiel. Ook een te klein of een te groot aanhaalmoment van de vliegwielmoer kan tot loswerken van het vliegwiel leiden. Het juiste aanhaalmoment ligt op 3 a 3,5mkg.

c) de grondplaat is verkeerd gemonteerd.

 

 

ONTSTEKING AFSTELLEN

Controle van de ontsteking door middel van een flitslamp:

Net als bij automobielen kon ook bij motorrijweilen een controle van de ontsteking plaatsvinden door middel van een stroboscope. Voor het werken met de stroboscope is meestal een batterij van 6 volt of12 volt nodig, afhankelijk van de bedrijfsspanning vande flitslamp. Ook bestaan er stroboscopen die op het lichtnet kunnen worden aangesloten. Het voordeel van deze controle-methode schuilt hierin, dat het mogelijk is, daarmee fouten vast te stellen die anders zeer moeilijk te vinden zijn of met andere storingen verwisseld kunnen worden (b.v. carburatie storingen). Hierbij gaat het  meestal om fouten, welke eerst bij lopende motor naar voren komen. Voordat men met de controle begint is het nodig, markeringen (afb 10) op carter en vliegwiel aan te brengen en wel: één markering aan het carter, een tweede markering op het vliegwiel, corresponderend met de markering op het carter, op het BDP (afb 10: OT = BDP bepalen zoals beschreven in "ontstekingstijdstip afstellen").Van de zich op het vliegwiel bevindende BDP markering uitgaande is de VO = voorontstekings markering (afb 10:VZ) aan te brengen in krukgraden voor het BDP. De overal gebruikte vliegwielen met 116 mm doorsnede laten toe, dat de graden in mm op de buitenomtrek van hetvliegwieluit zijn te zetten, omdat 116 mm doorsnede een omtrek geeft van 364 mm, zodat één graad precies 1,2 mm bedraagt, waarbij de honderdsten voor het uitmeten onbeduidend zijn. Onze VS motor bijvoorbeeld heeft een voorontsteking van 23° voor het BDP (1.8... zuigerweg voor BDP) die eenvoudig in 23 mm (of heel precies 23.2 mm) op het vliegwiel kan worden afgetekend met een meetlint of iets dergelijks. Na het aanbrengen van markeringen wordt de flitslamp aangesloten zoals afb 11 laat zien en de motor gestart en dan wordt de plaats op het carter, waarop de BDP markering, met de flits van de lamp belicht. Door de korte tijdsduur van het oplichten van de lamp schijnt het dat het vliegwiel stilstaat in plaats van dat het draait. Met de plaat van VO-markering op het vliegwiel is de ontstekingsverhouding te zien en wel: VO markering op het vliegwiel komt precies overeen met de markering op het carter, - er is te veel voorontsteking. Voorontsteking en poolschoenafstand goed afstellen en in aansluiting hierop nogmaals controleren.VO-markering loopt acher op de markering op het carter, - er is te weinig voorontsteking. Ontsteking op de gebruikelijke manier (zoals hiervoor beschreven) controleren en indien nodig,opnieuw afstellen, poolschoenafstand en lichthoogte aanhouden. Blijkt bij stilstaande motor dat de ontsteking goed is afgesteld, toch blijkt dat bij controle met de stroboscope er weinig voorontsteking is, dan kunnen de hierna volgende oorzaken daarvoor verantwoordelijk zijn.

a) meetonnauwkeurigheid bij afstellen van de lichthoogte door ingeslagen contactpunten. Het is in dat geval het beste de punten te vernieuwen.Afvijlen leidt meestal tot slecht aanleggen van de punten en bevordert de slijtage.

b) te hoge weerstand in de hoogspanningsleiding. Alle sluitingen bij de ontstekingsspoel of bobine en bij de bougiekap controleren. Ook bij de spoel zelf of bij de bougiekap kan de fout liggen, wanneer nodig, dit controleren en beproeven en zo nodig vernieuwen. Bij gevallen van deze aard is de motor ook slecht te starten.

 

 

ONTSTEKING AFSTELLEN

VO markering op het vliegwiel verwisselt steeds van plaats ten opzichte van die op het carter.

in dit geval moet op het volgende gelet worden: bij zeer hoge toerentallen - overdraaien van de motor over het door de fabrikant aangegeven maximaal toerental - treedt door zweven van de onderbrekerhamer (zweefgrendel van de veer is bereikt) dit verschijnsel op en is dan vanzelfsprekend niet als storing aan te merken. Treedt de storing echter onder het maximum toerental op (meten met toerenteller), dan is de onderbrekerveer verlamd of wel de contactpunten of het fiberblokje zitten los. Ook de scharnierpen op de grondplaat kan dan loszitten.

De flitslamp slaat steeds over.

De strepen worden alleen onregelmatig zichbaar.In dit geval is er een storing die tot haperen of overslaan van de ontsteking leidt. Bijvoorbeeld defecte ontstekingsspoel of condensator, bougie, bougiekap, bougiekabel, enz.. Om de fout op te heffen moet een goede controle van de hiervoor in aanmerking komende onderdelen uitgevoerd worden.Foutieve delen vernieuwen en vervolgens nogmaals controleren.

Verdere controlemogelijkheid.

Staat geen afstelapparaat ter beschikking dan kan het ontstekinstijdstip ook met behulp van een sigarettenvloetje als volgt vastgesteld worden: door de opening in het vliegwiel wordt een smalle reep sigarettenpapier tussen de gesloten contactpunten geklemd. Dan het vliegwiel in de draairichting zover verdraaien tot de contactpunten het sigarettenpapier net loslaten. Daar deze methode onnauwkeurig is, alleen aanwenden, wanneer niets anders mogelijk is.

 

 

ONTSTEKING AFSTELLEN

Afstellen van de ontsteking bij de Maxi-motor.

Vanwege de ten opzichte van onze andere motoren andere plaatsing van de bougie, moet hier de voorontsteking in krukgraden voor het BDP gemeten worden. Voor dit doel is op het vliegwiel een merkteken aangebracht (afb 12 - OT) waarvan uitgegaan wordt om het VO (=VZ) punt te meten. Het BDP merk op het vliegwiel stemt op het moment dat de zuiger in het BDP staat, overeen met de naad in het carter (afb 12). De verschillende ontstekings tijdstippen kan men in het betreffende instructieboekje of het typeblad vinden. Opgegeven wordt de voorontstekings afstand in graden voor het BDP, b.v. bij de Maxi in 40km/uur uitvoering is dit 16°-18°. Gecontroleerd en afgesteld wordt als volgt:

Controle:

Ontstekingspunt met behulp van een afstelapparaat, b.v. Bosch EFAW 87 opzoeken. Op het ogenblik van oplichten kan met behulp van b.v. een potlood op het vliegwiel een streep worden gezet die overeenkomt met de carternaad. Is deze streep op precies de juiste afstand van de streep die reeds op het vliegwiel stond, dan staat de ontsteking goed afgesteld. De streep voor het ontstekingstijdstip kan met behulp van een meetlint ook direct op het vliegwiel aangebracht worden (afb 13) omdat 1 mm op de omtrek overeenkomt met 1° van de krukcirkel. Poolschoenafstand en lichthoogte moeten uiteraard ook gecontroleerd worden.

Afstellen:

Komt de bij de controle gemeten waarde niet overeen met de opgegeven waarde, dan moet de ontsteking opnieuw afgesteld worden. Dit geldt ook na het monteren van nieuwe contactpunten. Dit wordt als volgt uitgevoerd; Lichthoogte van de contactpunten controleren (afb 14) evenals de poolschoenafstand. Wanneer nodig, precies afstellen. Op het vliegwiel de markering voor het ontstekingstijdstip door middel van een potlood aanbrengen (afb 13). Ontstekingstijdstip controleren en door verdraaien de gondplaat precies afstellen. Staat de gronplaat ten opzichte van het vliegwiel (poolschoenafstand) goed en punten gaan net niet open of zijn juist open, dan het aambeeld verdraaien. De contactpunten mogen 0,05 meer of minder opengaan dan de voorgeschreven mm. Een kleinere lichthoogte geeft minder voorontsteking, een grotere lichthoogte meer voorontsteking. Verdraaien van de grondplaat met de draairichting van de motor mee geeft minder voorontsteking, verdraaien tegen de draairichting van de motor in geeft meer voorontsteking. Na het vastzetten van de grondplaat en aambeeld de afstelling nogmaals controleren. Wordt een nieuw vliegwiel gemonteerd, dan moet ook de BDP markering aangebracht worden, daar deze markering pas na de montage op de fabriek aangebracht wordt. Hiervoor de zuiger in de hoogste stand plaatsen en de markering ter hoogte van de carternaad blijvend zichtbaar aanbrengen. De plaats van het BDP is het makkelijkst te bepalen, wanneer men op het vliegwiel aan het einde van de opwaartse beweging en aan het begin van de omlaaggaande beweging met een potlood een streepje aanbrengt. Het midden tussen die twee streepjes geeft precies het BDP aan.

 

 

Home | Info | Film| Gallery | Verhalen | Links | Email | History | Nieuws  | Gastenboek | Hobby-hoek |

(c) 2002 by Cor. All rights reserved. last update: Monday, 02 February 2009